Aandachtspunten bij onderhandelingen in het overheidsopdrachtenrecht
Het gelijkheidsbeginsel en de transparantieverplichting die eruit voortvloeien geven af en toe aanleiding tot discussie naar wat er moet worden medegedeeld aan de andere inschrijvers bij onderhandelingen. Dienen de andere inschrijvers ook in kennis te worden gesteld van de verbeterpunten of net sterke punten in andere offertes? Of gaat het gelijkheidsbeginsel niet zo ver? Het waren vragen die door de Raad van State werden beantwoord in het arrest van 10 augustus 2026, nr. 267.467, NV F. Het arrest treft u hier.
Een samenvatting van de principes die door de Raad van State werden aangehaald treft u hieronder.
Het gelijkheidsbeginsel en de plicht tot transparantie vereisen dat de aanbestedende entiteit, wanneer zij overgaat tot onderhandeling, zij daarbij de procedurele gelijkheid tussen de inschrijvers waarborgt. Dit houdt onder meer in dat de inschrijvers over dezelfde informatie beschikken bij het opstellen van hun (verbeterde) offerte en dat zij over dezelfde mogelijkheden beschikken om hun offerte te verbeteren. De Raad van State oordeelt echter dat het gelijkheidsbeginsel op het eerste gezicht evenwel niet inhoudt dat de inschrijvers inzage moeten krijgen in de aandachtspunten of tekortkomingen die worden vastgesteld met betrekking tot de andere offertes alvorens een BAFO in te dienen. Het komt er immers bij het indienen van een verbeterde offerte op aan om de eigen minpunten in de eerste offerte weg te werken, zonder dat hiermee een tweede kans wordt gegeven.
In dat kader kan er dan ook worden gewezen op de vertrouwelijkheid van de offerte, zoals vervat in artikel 13 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten. In de eerste paragraaf wordt bepaald dat zolang de aanbesteder geen beslissing heeft genomen over de gunning van de opdracht of de beslissing om af te zien van het plaatsen van de opdracht, de inschrijvers en derden geen toegang hebben tot de documenten betreffende de plaatsingsprocedure, met name de aanvragen tot deelneming of kwalificatie, de offertes en de interne documenten van de aanbesteder, tenzij schriftelijk akkoord van de inschrijver die de informatie heeft meegedeeld.
De Raad van State oordeelt dan ook dat in het licht van het gelijkheidsbeginsel het derhalve op het eerste gezicht volstaat dat de inschrijvers op gelijke wijze allen op de hoogte worden gebracht van de mogelijkheid om een verbeterde offerte in te dienen en om daarbij slechts te wijzen op de tekortkomingen in hun eigen offerte.




Opmerkingen