top of page
Zoeken

Het prijsonderzoek bij overheidsopdrachten - een effectief onderzoek is vereist!

23 sep
4 minuten om te lezen

Het prijsonderzoek bij overheidsopdrachten vormt een cruciaal onderdeel van het regelmatigheidsonderzoek dat moet worden gevoerd door een aanbestedende overheid. Het heeft tot doel om na te gaan of de prijzen die worden aangeboden ook daadwerkelijk realistisch zijn en om te vermijden dat er bijvoorbeeld aan sociale dumping wordt gedaan.


Luidens artikel 35 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 onderwerpt de aanbestedende overheid de ingediende offertes aan een prijs- of kostenonderzoek en het kan daartoe de inschrijvers verzoeken alle nodige inlichtingen te verstrekken. Indien uit dit onderzoek blijkt dat er prijzen of kosten worden aangeboden die abnormaal laag of hoog lijken, volgt uit artikel 36, § 1, van dit besluit dat het aanbestedende bestuur een bevraging ervan uitvoert. Artikel 36, § 2, vijfde lid, voegt hieraan toe dat het aanbestedende bestuur er echter niet toe gehouden is om verantwoordingen te vragen voor prijzen voor verwaarloosbare posten.


Bij het voeren van een dergelijk prijsonderzoek beschikt de aanbestedende overheid over een aanzienlijke discretionaire beoordelingsbevoegdheid, bijvoorbeeld om (1) vast te stellen dat er sprake zou zijn van een (schijnbaar) abnormale prijs en (2) een prijsverantwoording al dan niet te aanvaarden. Dit leidt er ook toe dat de toetsingsbevoegdheid van de Raad van State beperkt is. De Raad van State mag zich, gesteld voor de toetsing van deze beoordeling, niet in de plaats stellen van de aanbestedende overheid en zelf de beoordeling van de prijsverantwoording overdoen. Het komt aan de Raad van State enkel toe om desgevraagd na te gaan of de overheid is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens, of het die correct heeft beoordeeld en of het op grond daarvan binnen de perken van de redelijkheid tot zijn besluit is kunnen komen. Hierbij moet de overheid op zorgvuldige wijze haar beslissing voorbereiden, hetgeen impliceert dat de beslissing dient te steunen op werkelijk bestaande en concrete feiten die met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld.


De Raad van State vereist ook een daadwerkelijke (materiële) motivering.


In het geval waarbij er twee inschrijvers een offerte indienen en de prijzen significant van elkaar afwijken, dan oordeelde de Raad van State in het arrest van 28 augustus 2026, nr. 267.513, BV T.T. (klik hier), dat er niet kan worden volstaan om prijzen niet als abnormaal te beschouwen wanneer de motieven gericht zijn "op het rekenkundig gemiddelde van de prijzen en, anderdeels, op de prijstoelichting van de inschrijver samengelezen met haar offerte." In het voorliggende geval beperkte de prijstoelichting zich ertoe te verwijzen naar een efficiënte uitvoering van de opdracht, onder meer door een geoptimaliseerde planning en optimalisatie van de routes, waardoor de kosten kunnen worden beperkt zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van de dienstverlening.


De Raad van State oordeelde dat argumenten prima facie geen deugdelijke motivering vormen om ten aanzien van de offerte van de gekozen inschrijver te besluiten dat de betrokken prijzen niet schijnbaar abnormaal lijken.


Allereerst merkt de Raad van State op dat te dezen slechts twee inschrijvingen blijken voor te liggen, wat het representatief karakter van de gemiddelde prijzen ondermijnt voor de beoordeling van de normaliteit van de opgegeven prijzen. Indien er slechts twee inschrijvers zijn, is het in beginsel geen evident uitgangspunt om de ene of de andere offerte te bestempelen als behept met een schijnbaar abnormale prijs louter op basis van een afwijking van die zogenaamde gemiddelde prijs.


De Raad van State vervolgde:


"Voorts stelt de Raad van State prima facie vast dat de inschrijvingsprijs van de gekozen inschrijver ongeveer 33% lager is dan die van de verzoekende partij en dat deze laatste prijs zelf beduidend lager is dan de raming.


Het blijkt prima facie niet dat verwerende partij dit gegeven noch de raming heeft betrokken in haar onderzoek. In het administratief dossier is geen spoor terug te vinden naar enige verklaring daarvoor, noch of eventuele andere maatstaven zijn onderzocht. De beweegredenen die verwerende partij in de nota met opmerkingen opgeeft om de accuraatheid van de raming te ontkennen, lijken dan ook veeleer post factum te zijn geformuleerd. Bovendien laat de algemeenheid ervan, met name de verwijzing naar de aanzienlijke afwijking, niet toe spontaan aan te nemen dat in deze specifieke context de raming diende te worden geëlimineerd. Ook het loutere standpunt van de verwerende partij – met name dat het feit dat de offerteprijs van de gekozen inschrijver ruim onder de raming ligt, niet noodzakelijk noopt tot het vragen van een prijsverantwoording – doet niet anders oordelen.


De beperkte en vage formele motieven in het verslag van nazicht laten de Raad van State tot slot niet toe om na te gaan of het bestuur desondanks alsnog tot de vaststelling vermocht te komen dat de offerte van de gekozen inschrijver niet is behept met abnormale prijzen. Dit geldt temeer het administratief dossier, op de eigenlijke en al even karige toelichting van de gekozen inschrijver na, geen enkel document bevat, noch om de beweerde efficiënte uitvoering van de opdracht, de geoptimaliseerde planning en de optimalisatie van de routes te kunnen onderbouwen, noch met betrekking tot het daaropvolgende prijsonderzoek waarvan het verslag van nazicht de verkorte neerslag zou kunnen zijn. In haar nota met opmerkingen lijkt de verwerende partij prima facie weinig verder te komen dan in het algemeen te verwijzen naar het plan van aanpak van de gekozen inschrijver om de vastgestelde normaliteit van de totaalprijs te bevestigen. Het standpunt van de verwerende partij dat een “nauwgezet” algemeen prijsonderzoek werd gevoerd, wordt daarom prima facie niet bijgevallen."


Als aanbestedende overheid is het dus van belang aan te tonen dat er een nauwgezet prijsonderzoek werd doorgevoerd. Daadwerkelijke prijsvergelijkingen maken dan ook best deel uit van het administratief dossier.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page